Bloedstamcellen kunnen op twee manieren worden afgenomen: uit het beenmerg of uit het bloed. Een beenmergdonatie vindt plaats onder algehele narcose. De arts haalt dan met een dikke naald wat beenmerg uit het bekken. Bij een PBSC-donatie (Perifere Bloed Stam Cel) worden met geavanceerde apparatuur stamcellen uit het bloed gehaald. Om te zorgen dat zich voldoende stamcellen in het bloed bevinden, krijgt de donor van tevoren een zogeheten groeifactor toegediend. Beide procedures zijn in principe veilig en de meeste donoren ervaren de belasting als aanvaardbaar. Welke procedure gekozen wordt, hangt meestal af van de behandelend arts. Soms kan de donor zelf kiezen. De donatie is altijd geheel vrijwillig.
Beenmergdonatie
Een beenmergdonatie vindt onder algehele narcose plaats, omdat de ingreep anders te pijnlijk zou zijn. Ingewikkeld is de afname verder niet. Met een dikke naald worden de stamcellen uit de achterste rand van het bekken gehaald. Dat is het bot dat men kan voelen aan de bovenzijde van de billen. Het bekken is rijk aan beenmerg. Het is een groot en stevig bot, waaruit zonder problemen wat beenmerg kan worden weggenomen. Bij een beenmergdonatie wordt ongeveer 4% van de totale hoeveelheid beenmerg van de donor afgenomen.
De donor kan na de afname van beenmerg wel de beurs gevoel of pijn hebben aan de spieren onder in de rug. Deze klachten verdwijnen meestal binnen 14 dagen. Ook kan de donor door bloedverlies tijdelijk wat sneller moe zijn na inspanning. Omdat het beenmerg in het bekken sterk doorbloed is, wordt met de afname van beenmerg ook relatief veel bloed opgezogen, tot wel een liter. Daardoor kan lichte bloedarmoede ontstaan. Het lichaam herstelt het tekort snel en na enkele weken is de bloedarmoede verdwenen.
Stamcellen uit het bloed (PBSC-donatie)
Bloedvormende stamcellen bevinden zich normaal gesproken alleen in het beenmerg in de botten. Als de donor enkele dagen een groeifactor krijgt toegediend, komen er ook stamcellen in het bloed terecht. Met een speciale techniek, de zogeheten aferese, kunnen deze cellen uit het bloed worden gehaald. Via een naald en een slangetje stroomt er bloed van de patiënt naar deze machine. Deze haalt de stamcellen eruit en het bloed gaat terug naar de patiënt. In de loop van enkele uren worden zo voldoende stamcellen verzameld. Bloedverlies treedt nauwelijks op.
Voorafgaand aan de afname van stamcellen krijgt de donor vijf dagen lang een groeifactor toegediend. Deze groeifactor is een lichaamseigen stof. In het lichaam wordt hij vooral aangemaakt als er een infectie is. Hij zorgt dan dat er meer witte bloedcellen worden aangemaakt. Toediening van deze groeifactor kan als bijwerking een grieperig gevoel geven. Ook kan de donor een zeurend pijnlijk gevoel onderin de rug en in de bovenbenen ervaren. Deze bijwerkingen van de groeifactor zijn verder onschadelijk en zijn meestal een dag na de afname van stamcellen alweer verdwenen. Wel kan de donor zich nog enkele dagen moe voelen. Wanneer de klachten langer duren, als er andere klachten optreden of wanneer de donor vragen heeft, kan deze altijd contact opnemen met Europdonor.