het zoeken van een donor

Wanneer een patiënt stamcellen van een donor nodig heeft, zullen artsen eerst zoeken in de directe familie van de patiënt. Een familielid met dezelfde weefseltypering (HLA) wordt beschouwd als de beste donor. Elke broer of zus van de patiënt heeft een kans van 25% om dezelfde HLA-typering te hebben, en dus een passende donor te zijn. Soms wordt meer familie onderzocht. De transplantatiespecialist krijgt hierin advies van de HLA-deskundige van zijn transplantatiecentrum of van Europdonor.

Voor ongeveer één op de drie patiënten wordt een familiedonor gevonden. Dit aantal neemt echter af, doordat de gezinnen kleiner worden. De patiënt is dan vaak aangewezen op stamcellen van een onverwante donor of stamcellen uit navelstrengbloed. De behandelend arts in het transplantatiecentrum zoekt dan contact met Europdonor.